Ettelgem-Lissabon op het stalen ros

Ettelgem-Lissabon op het stalen ros

Ettelgem-Lissabon

Al van mijn 16e rijpt het idee om met de fiets op reis te trekken. Maar dan wel ergens naartoe, niet zomaar rondjes rijden. Mijn schoonbroer woont in Lissabon, ik woon in Ettelgem. Met de fiets op familiebezoek, dat moet kunnen, toch? De voorbereidingen, de trip, de mijmeringen, de avonturen, je kunt ze hier volgen.

De klim!

De Reis...Posted by Pieter 18 Apr, 2018 18:56:57

Gisterenavond zat ik nog rustig mijn verhaal te schrijven in de albergue in Saint-Jean toen het me al op viel dat het daar behoorlijk druk was in dat stadje. Er komen pakken pelgrims toe die van daaruit de tocht beginnen. Bussen vol worden er gedropt, ze blijven een nachtje of iets langer en vertrekken dat richting Compostela. Het is daarmee al meteen duidelijk dat mijn desolate leventje iets minder desolaat zal worden. Pelgrims to the left of me, pelgrims to the right of me. Ze komen als paddestoelen uit de grond. Ik weet niet of ik daar gelukkig mee ben, ik hou wel van die eenzaamheid onderweg. Aan de andere kant is een beetje contact met lotgenoten misschien ook niet slecht en moet ik me er maar voor open stellen. Ik spreek beleefd de dame aan die rechtover me zit. Ze is van Zweden, is hier haar tweede dag en heeft nu al heimwee. Ik stel voor om samen iets te gaan eten zodat ze haar avond niet alleen hoeft door te brengen.

We zoeken een leuk restaurantje uit waar er iets vegetarisch op het menu staat - ze eet nl geen vlees. Niet zo evident... Het bulkt hier echt van de toeristen en pelgrims. We vinden nog een vrij tafeltje en gaan gezellig tafelen. Het doet haar blijkbaar deugd wat aanspraak te hebben. Ze is gepensioneerd en heeft beslist de tocht alleen te ondernemen omdat haar man dat niet ziet zitten. Dapper! Ik hoop voor haar dat ze het haalt.

Ik slaap in een kamer met 5 bedden maar lag er voorlopig alleen. Laat op de avond komt toch nog een kamergenoot binnen. Een Amerikaan. Hij vloog op Madrid, nam een reeks bussen naar hier en start morgen met zijn tocht. We hebben een aangenaam gesprek en wensen elkaar een goeie tocht. Hij woont in de Rockey Mountains en gaat heel veel op trekking. Het wordt een walk in the park voor the Yankee.

Om 6u10 gaat de wekker af. Ik spring uit bed en voel meteen dat mijn nek niet ok is. Blijkbaar bloot gelegen vannacht waardoor ik mijn hoofd amper kan draaien. Dat zal wel los gewerkt worden vandaag...

Er is al volop leven in de Albergue. Omdat de tocht van vandaag steil bergop gaat, starten de wandelaars heel vroeg. Ik moet mee. Ontbijt om 6u30 en dan de baan op. Ik doe het ietsje meer op mijn gemak, ik heb wat meer tijd dan de stappers. Dodo, de Zweedse dame, vertelt me tijdens het ontbijt dat haar zoon op 23-jarige leeftijd is gestorven. Dat is nu 20 jaar geleden. Een hersentumor werd succesvol weggenomen maar daarna kreeg hij epilepsie aanvallen. Zo'n aanval in zijn bad werd hem fataal, hij verdronk. Schrijnend. Ze heeft tranen in haar ogen als ze het me vertelt. Ze wil op deze tocht proberen het nog wat meer een plaatsje te geven. Ik wens haar heel veel sterkte... en word er even stil van.

Na het ontbijt laad ik mijn spullen op de fiets en stop nog bij de lokale bakker voor een 10-uurtje. Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat ik dat wel eens zal kunnen gebruiken vandaag. Nog even bellen naar huis waar ik de nodige peptalk krijg van vrouw en kinderen en dan de baan op. Ik ben een beetje zenuwachtig, er is veel te doen rond deze klim, ik weet niet goed hoe ik het zal verteren. Eén ding is duidelijk: blijven gaan! Op souplesse, zoals Steven zei. De mail van Inge met spreekwoordelijke duwtjes in de rug prent ik stevig in mijn hoofd. Daar gaan we dan!

De weg staat duidelijk aangeduid maar dan vooral voor voetgangers. Als fietser volg je grotendeels de auto-route omdat de grindpaden niet makkelijk te fietsen zijn. Ik kom op een punt waar ik wat twijfel, bekijk toch even de gps en rijd een helling op. Vanuit het huis op de hoek komt een dame naar buiten gelopen, ze roept me na en wijst dat ik de verkeerde route neem. Ik had al gehoord dat het in Spanje moeilijk is om mis te rijden omdat iedereen je de weg naar Compostela wijst. Ik ben Spanje nog maar binnen gereden en het blijkt al te kloppen.

Aanvankelijk is het nog afwisselend stijgen en dalen. Telkens tijd genoeg om te recupereren. Al weet je natuurlijk dat je die pas over moet en dat alles wat je daalt ook weer gestegen moet worden. Het geeft me wel tijd om er in te komen. De temperaturen beginnen langzaam te stijgen, het is nog wel te doen maar ik doe toch al het jasje uit zodat ik niet te snel oververhit. Het belooft een warme dag te worden, het is dus kwestie van een beetje te anticiperen.

Eenmaal ik een stuk de grens over ben, begint het echte werk. Ik kijk nog eens op de gps om zeker te zijn dat ik juist zit en zie dat mijn route via haarspeldbochten naar boven kronkelt. Ik weet wat me te doen staat! Rustig aan draai ik de trappers rond, focus me niet op het einddoel en probeer te genieten van het klimmen. Het zicht is in alle geval al adembenemend, dat zit al mee. De tocht is nu echt wel begonnen. Steil bergop, bocht na bocht. Ik adem rustig, duw goed door zonder te forceren en klim op een verstandig tempo naar boven. Mijn hartslagmeter staat aan om er zeker van te zijn dat ik niet te ver in het rood ga. Alles onder controle.

Telkens ik voel dat ik wat door mijn krachten geraak, stop ik voor een kleine pauze. Ik rust wat uit, fotografeer en geniet. Het is prachtig! Ik sms naar Inge hoe mooi het is. Ook naar mijn broer stuur ik een bericht. Hij stuurt me terug "Anders moet je achteruit fietsen, dan heb je meer de indruk dat je aan het dalen bent. Gogogo, blijven ronddraaien!" Het laadt me weer op, die berichten, dat doet altijd deugd. Wat minder deugd doet, dat zijn bijensteken... Terwijl ik iets terug stuur naar hem, moet de lokale Maya gedacht hebben dat mijn sokken pisseblommen zijn. De fel gele sokken die mijn moeder me cadeau deed zijn hebben echter niet zo'n hoog honing gehalte waardoor onze gevleugelde vriend het hoger op gaat zoeken. Hij komt tussen de zoom van mijn broek en mijn been terecht, net boven mijn knie. Met een onnodige agressie - waar is dat allemaal goed voor, die woede-aanvallen - boort hij zijn angel in mijn bovenbeen. GODMILJAAAR dat doet pijn!!! Ik trek de angel er uit en voel het gif zijn werk doen. Dat is nu al de tweede bij die me te pakken heeft maar deze doet verdomd meer zeer dan de vorige. Het arme beest zoemt wild weg maar ik vrees dat voor hem het einde is gekomen. Ik krijg van Inge nog de bemoedigende woorden "geen twee zonder drie, hou je maar klaar" terwijl ik een klodder zalf op de beet wrijf. De pijn ebt weg. Ik ben er weer klaar voor.

De temperatuur lijkt met me mee te stijgen. Het is nog geen 10u en we zitten al aan 25°. De wind wakkert ook stevig aan. Het lijkt alsof de bergen rondom me als windtunnel fungeren waardoor ik bijna terug naar beneden word geblazen. Alsof het nog niet lastig genoeg was zo! Het voordeel aan haarspeldbochten is dat je weet dat die wind straks ook in je rug zal blazen maar het is wel al duidelijk dat ik hem het grootste deel van de weg in mijn smoeltje krijg.

Ik blijf klimmen. Rusten. Klimmen. Rusten. Ik vind op die manier het ideale tempo. Ik geniet er van. Ontspanning in de spanning. Wel eigenaardig, ik ben nat maar het regent niet. Zou ik zweten? Nee toch!? Helaas geen thermisch onderlijf aan, die kan ik dus ook niet uit doen. Ik rits mijn fietstruitje open als een volleerd tour-de-France-renner. Ik kijk schuin bergop, trek een pijnlijke grimas en beeld me in dat rondom me horden wielerfans met een pintje te veel op en in de gekste outfits met me mee lopen. Het helpt niet. Maar 't is wel een grappig beeld in mijn hoofd, dat helpt eigenlijk altijd een beetje.

Nu en dan raast een auto voorbij, afgewisseld met een occasionele vrachtwagen. Ze respecteren de fietser en gaan in een grote boog om me heen. Een grote camion die voor me uitwijkt forceert een tegenligger bijna de berm in. Ik houd zoveel mogelijk de kant van de baan maar moet ook opletten dat ik er niet naast terecht kom, het is meteen een goot in waardoor vallen een zekerheid zou zijn. Het valt me op hoeveel mobilhomes van de andere kant komen. Ik zie de bestuurders kijken en praten met hun passagier. Ik kan me perfect voorstellen hoe het er aan toe gaat "dedeeen ier mè ze villootje, je zie't zit'n wi!". Ah, vanzeneigens dat ik het zie zitten maar met je gemotoriseerd spel is 't gemakkelijk, probeer maar eens op allebei de pedalen tegelijk te duwen, zoals ik doe, je zult ook niet ver geraken en toch veel nafte kwijt zijn. Aha!

Na meer dan 1000 meter klimmen zie ik voor me het bord met Ibaneta 1057m. Ik ben er bijna. Nog een laatste effort en ik ben boven. Maar het venijn zit hem hier al zeker in de staart! De laatste 200 meter zijn steiler dan verwacht en de wind waait met een ongekende kracht van over de berg. Ik klem de tanden op elkaar, negeer de loden zon en pers er alles uit. Het gaat steeds moeilijker, de laatste meters lijken kilometers. Maar nu geef ik niet meer op, nu krijgen ze me verdomme niet meer van die fiets! Het zweet gutst van mijn lijf, mijn spieren spannen zich, ik sprint de berg op alsof het de finish van een grote wedstrijd is die voor me ligt.

En dan ben ik er. IK BEN BOVEN!!! Een onbeschrijfelijk gevoel bekruipt me. Tranen lopen langs mijn wangen. Ik weet geen blijf met de kilo's adrenaline die door mijn lichaam gieren. Ik geniet, ik bekom, ik ben in extase! Ik bel naar Inge en deel mijn vreugde. De wind maakt het gesprek quasi onverstaanbaar voor haar waardoor ik me achter een muurtje schaar zodat het wat beter is. Wat een gevoel! Dit pakken ze me al niet meer af. Ik kan enkel met superlatieven proberen in woorden te brengen wat dit met me doet. Machtig!

Ik wandel nog wat rond op de top, geniet van het adembenemende zicht en neem nog een foto voor een andere fietser die, even hard zwoegend, boven komt. We delen wat ervaringen en dan zet ik me terug op de fiets. Nu mag ik een stuk dalen. Ik stuif de berg af, leg in minuten een afstand af waar ik deze voormiddag uren over deed en kom aan aan een klooster. Het is al iets na twaalven en tijd voor lunch. Ik stap het toerismebureau binnen om wat info te verzamelen over de rest van de rit. Rijd ik door naar Pamplona of niet? Blijkbaar staan me nog 2 stevige puisten te wachten maar de rest is dalen. Ik zie nog wel, eerst eten. De vriendelijke man in het bureau laat me nog weten dat ik een stempel kan halen in een bureau wat verder op. Ik neem mijn boekje en wandel er heen. Er staan nog 5 mensen, met hun rugzak, te wachten op een stempel. Je moet eerst een blaadje invullen en wordt door de onvriendelijke dame met een kribbig gezicht van een stempel voorzien. Ik bedank, op die manier hoeft het niet voor mij. Ik plooi mijn boekje in mijn achterzak en verlaat de keet. De duidelijkste stempel is gezet: het onvergetelijke moment toen ik boven kwam. Geen inkt kan daar tegen op. Laat dus maar zitten, die formaliteit!

Ik neem even de tijd voor een lunch en begin dan aan een stukje afdaling. De wind waait zowaar nog steeds even hevig waardoor ik bij momenten afdaal aan amper 30 per uur. Mijn remblokken zijn redelijk versleten, de wind zorgt er voor dat ze niet verder afslijten.

De baan begint weer haarspeldbochtsgewijs te kronkelen. Ik weet hoe laat het is: klimmen! Veel minder hevig dan deze voormiddag maar toch eventjes door bijten. Mezkiritz, 922 meter. Ik ben al gedaald en ook alweer gestegen. Het gaat nu vooruit. Ik daal terug af en begin aan de volgende klim. Deze is wel hevig. Ik had niet verwacht dat ik nog zo'n stevige kuitenbijter te verwerken had. Mijn spieren protesteren maar ik ben baas en klim op mijn ondertussen gekende tempo de berg op. Het is langer dan ik had verwacht maar ik houd vol. Buiten adem en nat van het zweet - het is ondertussen boven de 30° - kom ik boven. Er staat een klein kraampje waar je wat drank kunt kopen en er hangen een paar pelgrims rond die even pauze nemen. Ik zet me neer en bekom van de klim. Naast me zit een dame die me niet aanspreekt, ze negeert me redelijk koppig. Ik laat haar en stap terug op de fiets. Op dat moment komt een man aangelopen - lopen, niet stappen. Ik hoor de man zeggen dat hij uit België komt. Ik keer toch even terug en spreek hem aan. Onder het motto: "het kan altijd straffer", doet hij zijn verhaal. Hij loopt - rent - van België naar Compostela. Hij is op 3 maart uit Gent vertrokken. Deze morgen vertrok hij uit Saint-Jean. Hij is hier ongeveer samen met mijn aangekomen. Als je weet dat ik afdalingen doe aan 40 km/u, dan kun je al eens nagaan hoe snel die man naar hier is gelopen. Ik sta perplex! Dit is straf! En 't is dan nog een sympathieke kerel ook, 't kan mee zitten op een bergje. Thierry Vanlee is zijn naam. Hij heeft een blog, voor de geïnteresserden: https://thesantiagoman.blogspot.com.

Volgens Thierry is het van hier uit naar Pamplona vooral dalen maar er zit nog één venijnige klim tussen. Ik twijfel weer. Zal ik tot daar rijden of neem ik mijn tijd? Ik heb tijd want ik zit nog steeds voor op schema. We zien wel, eerst kijken hoe die afdaling en die klim verlopen. Ik spring - neem dit niet te letterlijk, het is meer kruipen - op de fiets en begin aan een heerlijke afdaling. Zonder enige moeite rol ik vlotjes aan meer dan 40 km/u naar beneden. Een eind voor me rijdt een mobilhome die behoedzaam de haarspeldbochten neemt. Ik nader zowaar. Ik rijd sneller dan die mobilhome, aha, da's andere koek dan deze voormiddag hé!

Het valt me op hoeveel fietsers ik vandaag ben tegen gekomen. Naast een stuk of 6 trekkers per fiets, rijden nu heel veel wielertoeristen met hun koersfiets de berg op. Sportief volkje, die Basken. Maar het valt me ook op dat ik geen vooruitgang meer maak. De wind is helemaal niet aan het minderen waardoor de vlakke stukken slopend zijn. Ik geraak door mijn krachten heen - ik heb deze voormiddag dan ook behoorlijk veel energie verbruikt. Ik stop even om te kijken hoever ik nog te gaan heb. Naar Pamplona nog 21 km. Met die klim er tussen. Ik sms met Inge. Ze vraagt wat mijn buikgevoel zegt. Niets... Ik kijk naast me en zie aan een paal een reclamebord hangen: Abergue op 300 meter, het hele jaar open voor pelgrims. Tjah, niet meer twijfelen zeker!? Ik rijd er naartoe en stel tot mijn verbazing vast dat de deur wordt geopend door dezelfde mijnheer die op de vorige top het drank-kraampje open hield. Er is nog plaats en het ziet er piekfijn uit. Ik ben hier - voorlopig - alleen en kies een bed uit. De douche is heerlijk, ik kan hier vanavond iets eten en krijg morgen ontbijt. Laat ons dus maar deze geweldige dag afronden. Moe maar o zo voldaan! Ik kan weer aan een volgend hoofdstuk beginnen. Morgen naar Pamplona, er op en erover.

De statistieken voor vandaag:

Afstand: 58.72 km

Gemiddelde snelheid: 13.7 km/u

Maximum snelheid: 54.7 km/u

Gemiddelde temperatuur: 23° (opnieuw met een maximum van 33°)

Gefietste tijd: 4u17

Tijd tussen vertrek en aankomst: 8u44

Hoogtemeters: 1424 m (dat is redelijk veel...)

Soundtrack of the day: Radiohead "Fake Plastic Trees" - Voor het zinnetje "But gravity always wins". Deze keer niet, deze keer won ik...

Meer foto's: https://www.facebook.com/pg/PieterClicteurPhotography/photos/?tab=album&album_id=1686264221468681

De route voor vandaag:

Saint-Jean-Pied-de-Port - Arnéguy - Luzaide - Auritz - Biskarreta-Gerendiain - Zubiri - Urdaniz

De details van de route zijn te volgen via strava op https://www.strava.com/athletes/28580647





  • Comments(2)//www.delustigeavonturiers.be/#post34